Zeeïg bemind



De golven gooien een dansende deken om me heen

Zij buigt haar stem naar me toe ‘hij komt op een dag niet ver van hier’

In mijn ogen fonkelt de magische stilte van de zee

Zij beukt als hout op steen, zonder te breken – densiteit is teer –

Een massa die iedere druppel in mij overtuigt eensgezind te varen, voorbij interne verschillen – of zelfs een geschil dat van buiten afgeleid overkomt.

Geef je over aan de vortex:

Laat je dieper omwentelen in de kern, dat als open landschap niet op te pakken of weg te denken is, of door te strepen als een punt of lijn.

Draai vanuit de kolk met het land mee waar de zon begint

Gulle identiteit, vloeibaar gestalte gevend aan water en licht, lucht, waar deze op de ontwaakte horizon – gulzig opgeslokt in een dubbele bodem van de hemel – de onbreekbare eeuwigheid bemint.

Bam bam, hout op steen, niet broos of splijtgraag ontworpen maar stevig als ontslijtbaar, buigzaam been.

‘Geef je hart in de golven, en ik geef je mij’, spreekt hij, die ik nog niet ken en toch al in vrijheid, zoiets groots en bewonderenswaardig om te delen in een relatie, samen mee ben.
En ik denk ‘oh God, waar gaat dit heen?’


–

Mathilde

12 okt 2026

Image: New Orion, NL 2022 (Photonegative with ink), project Reconciling Landscapes

Comments are closed.