Renzo Martens | De wereldmarkt is gek, niet de kunstenaar

Renzo Martens

Martens herovert een menselijke blik op actualiteit en media, in Tsetsjenië en de Democratische Republiek Congo

Sinds het zien van Episode 1 heeft het werk van Renzo Martens mij geinspireerd. Tijdens mijn eindexamenjaar (2005-2006) aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag ontdekte ik hem tijdens een tentoonstelling in BAK Utrecht met deze video waarin hij vluchtelingen in Tsjetsjenië bezocht. “What do you think of me?”, vroeg hij mensen die hun lot niet zeker waren. Hij, de westerse filmer of tv-representant die op het leed afkomt, ging in de spiegel kijken tijdens een kunstreis naar een oorlog.
Hij werd uitgelachen door Russische soldaten die het gek vonden dat hij zijn leven bijna op het spel zette voor een film met Hi8 camera. Ook filmde hij zichzelf tijdens een emotionele breakdown achter het stuur in zijn stilstaande auto, en vroeg zijn (inmiddels ex) vriendin ten huwelijk. Het leek een artistieke reality soap.
Ik was geboeid en verrast; was hij gek of geniaal? Waarom reageerden sommige kijkers van de tentoonstelling ontzet, welke (onverteerbare) onmacht roept zijn videowerk op?

Niet alle KABK eindexamenbegeleiders begrepen iets van mijn filosofisch getinte onderzoek destijds, wat in 2006 resulteerde in de fotoserie Touching African Screens en de film On my way to Tarifa.  Voor het maken van de film ging ik onder hypnose ging om mijn onderbewuste beeldvorming over Ethiopië te ‘beleven’, een land in een deel van de wereld dat ik nog nooit bezocht had. Geluidsfragmenten van hypnose sessies monteerde ik onder een railwaytrip naar het filmfestival van Tarifa in het uiterste Zuiden van Spanje, waar ik diverse Afrikaanse cineasten sprak en filmde. Deze low budget (!) documentaire speelde zich af in het decor van de mist over de Straat van Gibraltar en het uitzicht op Marokko.

Een docent raadde me eerder dat jaar aan om een reportage te maken over de wijze waarop Ghanezen in de Bijlmer in flats wonen en samen dingen doen vanuit een gemeenschapsgevoel, terwijl ik op een conceptueler niveau keek naar media beeldvorming over Afrika en het Midden-Oosten. Voor mij was ‘Episode 1′ een eye-opener. Er waren meer mensen die zich met onbegrijpelijke materie bezig hielden. Renzo Martens ging dermate professioneel te werk, dat ik hem best als eindexamenbegeleider had kunnen gebruiken.

Ik vind hem consistent en strategisch in het opbouwen en onderhouden van kunstprojecten met een impact op de gemeenschap. Martens stelt banale sociaal-economische vragen die op diep level doorwerken en aanzetten tot verandering van huidige wereldverhoudingen en de rol van media, consument en producent. Econome Naomi Klein pleit in haar boek No Logo voor een eerlijke wereldmarkt waarbij mensen betalen voor de arbeid en het product (materiaal), in plaats van een populair merk. Het later opgerichte Institue of Human Activities (IHA) organiseerde bijvoorbeeld de conferentie The Matter Of Critique in de DRC, om nieuwe politieke en economische structuren te bespreken en creëren.

Martens benut het medium video op eigenzinnige wijze, door zowel in als onder de huid van een rol als documentairemaker te kruipen. Om onder meer aandacht voor het opgerichte kunstcentrum in Lusanga te verwerven. Inmiddels woont de kunstenaar met zijn gezin voornamelijk in de DRC.In augustus 2008 werd mijn brief gepubliceerd in het NRC Handelsblad n.a.v. een artikel van Sandra Smallenburg ‘Continent vol Coolness’. Na de film Enjoy Poverty kwam Martens even bekend te staan als controversiële kunstenaar – totdat hij al spoedig internationaal en in de VS doorbrak dankzij deze documentaire die opzien baarde – maar ik vind die duiding onterecht en subjectief.
Al is zijn werk inmiddels alom erkend, wil daar toch iets subtiels over opmerken. Het accent hoort (vanaf de start) niet op de kunstenaar maar op zijn kunstwerk te liggen (vind ik). Hij is een ‘drager’; bedenker, maker, doener en doorzetter. De wereldmarkt is controversieel, niet de kunstenaar.

De kunstenaar gaat zonder omwegen in op beladen thema’s en stelt menselijke waarden centraal via het IHA. Op de voormalige Unilever Plantage in de DRC vervaardigen ex-palmolie plantagemedewerkers sculpturen die in cacao worden gegoten en tentoongesteld in internationaal erkende musea en galeries. Deze kunstnijverheid werd reeds beoefend vóór de kolonisatie van de streek. Waarna Unilever naast het uitbuiten van arbeidskrachten wél geld pompte in museale collecties met internationaal aanzien zoals van Tate-Modern. De cacao kunstwerken liggen niet in een lief fair trade winkeltje te verstoffen maar doen stof opwaaien en zorgen voor een frisse wind. Lees meer over het kunstcentrum in Lusanga van het IHA,  Renzo Martens en The White Cube has been Repatriated.

Publicatie reactie op artikel ‘Continent vol Coolness’

Beste redactie,

Op 18 augustus verscheen er een mooi artikel van Sandra Smallenburg over hedendaagse Afrikaanse fotografie en kunst; continent vol coolness. Ze roemt curator Okwui Enwezor om zijn vermogen met de tentoonstelling Snap Judgements het stereotype beeld van een continent vol verschrikkingen te doorbreken. De film ‘episode 3′ zou een armoedig beeld juist bevestigen, doordat kunstenaar Renzo Martens hierin lokale fotografen in Congo opleid om – in plaats van bruiloften – net als Westerse fotografen óók oorlogen te verslaan. Waarmee aanzienlijk meer geld kan worden verdiend.
Wat Smallenburg niet vermeldde in haar stuk, is dat Episode 3 ook een feestavond laat zien, georganiseerd rondom een knipperende neonlichtinstallatie met de woorden ‘enjoy poverty (please)’. Martens confronteert het publiek hiermee op ironische en hilarische wijze met een vicieuze cirkel; dat Afrikaanse fotografen (slechts) grof geld kunnen verdienen aan de eigen misére. Aangezien beelden van een onderontwikkeld Afrika tot nog tu gretig aftrek vinden in het Westen (wat bijdraagt aan de kas van ontwikkelingshulporganisaties). Smallenburg stelt dat Martens de eigen instandhouding van een eenzijdige beeldvorming zou ‘vergeten’. Hierbij ziet Smallenburg de provocerende werking van de film over het hoofd, aangezien overdrijving het publiek aan kan sporen op zoek te gaan naar alternatieven. Om naar Snap Judgements te gaan, bijvoorbeeld.

Mathilde Jansen



Empathie kan verbindend én verblindend werken

Is er tussen mensen méér ruimte voor wederzijds respect, zonder een overdosis empathie? Vaak wordt het bieden van hulp ingeruild voor erkenning, bemoeizucht of (politieke of geestelijke) invloed. Een ‘zwakkere’ partij helpen garandeert vaak geen succes, dus moet er iets anders te vinden zijn dat van nut is…
Voorbeeld uit de praktijk: Sinds 2017 werk ik aanvullend met een fotograaf met een hoge dwarslaesie. Dit werk is niet mogelijk wanneer ik zijn lot zielig zou vinden, al ben ik me bewust van de verstrekkende gevolgen van zijn fysieke beperking. Ik voel ik aan wat/hoe hij op een specifiek moment nodig heeft; de verzorging en begeleiding luistert nauw. Het is niet zo dat ik me verder bemoei met hoe hij zijn leven invult, of me blijf afvragen waarom hem dit is overkomen. Het is in mijn ogen belangrijk om betrokken én zakelijk te zijn, anders ga je onbewust trekken en duwen aan elkaar. En verliezen beide partijen mogelijk de balans en openheid van geest, die nodig is om iets duurzaams en moois te creëren.“Het is wat het is.” Een overdaad aan empathie kan mensen overprikkelen, terwijl het organiseren van een rechtvaardige zaak focus en toewijding vereist. Hoezeer mensen ook sociale of moreel ontwikkelde wezens kunnen zijn, ik denk dat het ‘territorium’ van een ander niet altijd met gevoelens betreden hóeft te worden. Gelijkwaardige dialoog kan als vanzelf spontaan ontstaan, binnen een neutraal kader.

Renzo Martens in de Groene: “Empathie lost de problemen van die mensen niet op. Je houdt ze er in feite mee op afstand. Medelijden helpt niet. Daarom heb ik geprobeerd om het medelijden buiten de deur te houden en me op te stellen als representant van het kijkerspubliek, de tv-beeldenconsument, met al zijn vooringenomen ideeën en onuitgesproken aannames. Het idee bijvoorbeeld dat die mensen dom zijn, anders waren ze wel rijker geweest en hadden ze ons gekoloniseerd. Ik ben geen haar beter. We worden geregeerd door eigenbelang. Daarom staan we machteloos. Ik heb de taak op me genomen dat op tafel te leggen, en daar niet leugenachtig over te doen. We zijn machteloos omdat we onze macht niet willen opgeven. Ook ik ben gehecht aan mijn privileges, aan zekerheid, aan erkenning.’Martens’ zakelijke benadering vindt haar hoogtepunt in de theorie- en praktijklessen die hij aan plaatselijke fotografen geeft in het fotograferen van lijken, verkrachte vrouwen en hongerende kinderen (‘Dat zijn de beelden die we in het Westen willen’). Martens rekent voor dat ze daarmee duizend keer zo veel kunnen verdienen als met de foto’s van bruiloften en andere feestelijkheden die ze gewend zijn te maken (‘Daar is geen vraag naar in het Westen’). “

Bron: De Groene Amsterdammer, artikel Medelijden helpt niet (Bert Mebius), 21 nov 2008


Images: © Renzo Martens | IHA

Comments are closed.